Home › Klas 1-3

Voortgezet onderwijs · klas 1-3

Samenvatten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs

Begrijpend lezen – oefenboekjes van Toetstrainer Nederland

In de onderbouw wordt je samenvatting preciezer. Je werkt per alinea, zoekt de kernzin en gebruikt het tekstverband om te bepalen wat hoofdzaak is. Zo blijft je samenvatting kort én volledig.

Werken per alinea

Een goede tekst is opgebouwd uit alinea’s, en elke alinea heeft meestal één kerngedachte. Vaak staat die in de eerste of laatste zin: de kernzin. Vind je per alinea de kernzin, dan heb je het skelet van je samenvatting al bijna te pakken.

De rest van de alinea bestaat uit ondersteuning: voorbeelden, uitleg of cijfers. Die zijn handig om de tekst te begrijpen, maar horen meestal niet in je samenvatting. Leer dit onderscheid en je samenvatting wordt vanzelf korter.

Gebruik de tekstverbanden

Zinnen en alinea’s hangen op een bepaalde manier samen. Soms is dat een oorzaak en gevolg, soms een tegenstelling, soms een opsomming. Dat heet het tekstverband. Signaalwoorden zoals doordat, hierdoor, echter en ten slotte wijzen je de weg.

Voorbeeld: zie je “maar”, dan komt er een tegenstelling. De informatie ná maar is vaak belangrijker dan de informatie ervoor — die moet dus in je samenvatting.

Naast signaalwoorden helpen verwijswoorden (zoals deze, dat, hij) je om te zien waar de tekst naar terugverwijst. Samen houden ze de tekst bij elkaar.

Oefenen

Lees de teksten hieronder en kies bij elke vraag het juiste tekstverband.