Home › Havo/vwo
Begin bij het tekstdoel
Voordat je samenvat, bepaal je het tekstdoel. Wil de schrijver overtuigen (betoog), beschouwen (beschouwing) of uitleggen (uiteenzetting)? Dat doel bepaalt waar de kern zit. In een betoog draait alles om het standpunt en de argumenten; in een uiteenzetting om de feitelijke hoofdlijn.
Volg de structuur
Langere teksten hebben een duidelijke tekststructuur: inleiding, kern en slot, vaak met deelvragen of argumenten in vaste volgorde. Wie die structuur herkent, kan per onderdeel één hoofdzaak noteren. Zo bouw je een samenvatting die de redenering van de schrijver volgt in plaats van losse feiten.
Scheid standpunt van argument
Een veelgemaakte fout is alle argumenten overnemen en het standpunt vergeten, of andersom. In een goede samenvatting van een betoog staat eerst het standpunt, daarna de belangrijkste argumenten kort en in eigen woorden. Voorbeelden en cijfers laat je weg, tenzij ze het argument dragen. Houd ook de tekstverbanden in de gaten: ze laten zien hoe de argumenten zich tot elkaar verhouden.
Oefenen
De teksten hieronder zijn iets pittiger. Bepaal bij elke vraag welk verband de schrijver legt.
De zoutroutes van de Sahara
Lees de tekst en beantwoord de vraag over het tekstverband.
OefentekstQuipu: rekenen met knopen
Lees de tekst en beantwoord de vraag over het tekstverband.
OefentekstDe stille revolutie van de zeegrasweide
Lees de tekst en beantwoord de vraag over het tekstverband.
OefentekstDe grens die een rivier verlegde
Lees de tekst en beantwoord de vraag over het tekstverband.
OefentekstHet geheugen van de boomringen
Lees de tekst en beantwoord de vraag over het tekstverband.